Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD4915.
14) Ik kom daarom langs twee verschillende wegen tot dezelfde uitkomst: als men de door Interplant gevorderde schade wil begroten aan de hand van concreet door Interplant geleden nadeel (de weg die Interplant zelf in deze zaak primair verdedigt), is inderdaad de door rechtbank en hof geaccepteerde tegenwerping dat er geen concreet nadeel was, bepaald aannemelijk. Rechtbank en hof konden (al) daarom tot deze vaststelling komen, omdat het in sterke mate in de rede ligt dat het "genot" van een recht van intellectuele eigendom dat uitmondt in de vernietiging van de daardoor verkregen resultaten, geen waarde vertegenwoordigt voor de "verkrijger", en als spiegelbeeld ook geen nadeel - in de vorm van een misgelopen vergoeding die overigens redelijkerwijs verkregen had kunnen worden - vertegenwoordigt vanuit het oogpunt van de rechthebbende. Deze vaststelling lijkt mij overigens feitelijk van aard, en dus in cassatie alleen op zijn begrijpelijkheid te toetsen. Die toets kan hij gemakkelijk doorstaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e063c8a69ddeee38e9624d8e3dad139fd72edc6201facb60c2a7bc2474d2de7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e063c8a69ddeee38e9624d8e3dad139fd72edc6201facb60c2a7bc2474d2de7, en de alinea staat in dat document op bytes 14697 tot 15717.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e063c8a69ddeee38e9624d8e3dad139fd72edc6201facb60c2a7bc2474d2de7 | shasum -a 256