Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD4915.
15) De tweede weg, die van de abstracte schadebegroting, leidt tot dezelfde uitkomst(9). Ofschoon er voor de gedachte dat abstracte schadebegroting aan de hand van een hypothetische licentievergoeding óók gerechtvaardigd kan zijn als de inbreukmaker geen profijt van zijn handelingen heeft gehad, wel een minimum aan dogmatische steun valt aan te wijzen(10), lijkt mij het andere standpunt bepaald verkieslijk. Voor dat andere standpunt - nl. dat het door de inbreukmaker genoten profijt een wezenlijk element vormt dat de abstracte benadering van een schade als de hier besprokene kan rechtvaardigen - bestaat dan ook brede steun in literatuur en rechtspraak (zij het in het buitenland meer dan in Nederland). Ik sluit mij daarbij aan, op zijn minst in deze voorzichtige variant, dat abstracte schadebegroting in een zo uitgesproken geval als het onderhavige geen overweging verdient.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e063c8a69ddeee38e9624d8e3dad139fd72edc6201facb60c2a7bc2474d2de7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e063c8a69ddeee38e9624d8e3dad139fd72edc6201facb60c2a7bc2474d2de7, en de alinea staat in dat document op bytes 15737 tot 16637.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e063c8a69ddeee38e9624d8e3dad139fd72edc6201facb60c2a7bc2474d2de7 | shasum -a 256