Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD4922.

2.3 De Gemeente heeft zich, voor zover in cassatie van belang, op het standpunt gesteld dat het zicht ter plaatse door de combinatie van hoogteverschil, bomen, grasbermen en borden niet optimaal was (cva onder 4). Zij betwist evenwel onrechtmatig te hebben gehandeld. In casu was geen sprake van een "abnormaal gevaar" waarop de weggebruiker niet bedacht behoefde te zijn. Het ongeval wijt zij ten volle aan de onoplettendheid van [betrokkene A] (cvd onder 8). Met de plaatsing van het bord heeft de Gemeente een abnormaal gevaarlijke situatie geschapen waarop de weggebruiker niet bedacht behoefde te zijn. Zodoende behoefde zij ook niet voor het verminderde uitzicht te waarschuwen. De Gemeente heeft voorts aangevoerd dat [betrokkene A] bij het oprijden van de kruising bijzondere voorzichtigheid had moeten betrachten, hetgeen te meer van haar mocht worden verwacht omdat zij ter plaatse bekend was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/004d28387aa7c482498d9c107bb2a7aa6251938103788fe49688dc2f87fb0a72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 004d28387aa7c482498d9c107bb2a7aa6251938103788fe49688dc2f87fb0a72, en de alinea staat in dat document op bytes 7768 tot 8685.