Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD4932.
Volgens onderdeel 2 is het oordeel van de rechtbank omtrent de ontvankelijkheid van [verweerder] in zijn hoger beroep in elk geval onjuist, nu niet kan worden gezegd dat [verweerder] in deze zaak is opgetreden in zijn hoedanigheid van zoon van de rechthebbende, doch als crediteur van een gepretendeerde vordering op het onder bewind gestelde vermogen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/68fd04f534c2c0f5d052eb88af8a46f03ce2c445423cdee0c8f25efb42579199. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 68fd04f534c2c0f5d052eb88af8a46f03ce2c445423cdee0c8f25efb42579199, en de alinea staat in dat document op bytes 15612 tot 15977.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/68fd04f534c2c0f5d052eb88af8a46f03ce2c445423cdee0c8f25efb42579199 | shasum -a 256