Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD4932.
2.6 De bewindvoerder behoeft ingevolge art. 1:441 lid 2 BW voor een aantal handelingen toestemming van de rechthebbende of, indien deze daartoe niet in staat of weigerachtig is, machtiging van de kantonrechter(14). Deze eis van toestemming of machtiging geldt onder meer voor het beschikken of aangaan van overeenkomsten tot beschikking over een onder bewind staand goed, tenzij de handeling als een daad van gewoon beheer - dat wil zeggen een handeling die in omvang niet (ver) uitgaat boven wat het beheer van de onder bewind gestelde goederen normaal gesproken meebrengt(15) - kan worden beschouwd of krachtens rechterlijk bevel geschiedt (art. 1:441 lid 2 sub a). Dit geldt ook als de handeling geld betreft. Onder het beschikken over een goed valt mede te verstaan het afstand doen of erkennen van (vorderings)rechten(16).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/68fd04f534c2c0f5d052eb88af8a46f03ce2c445423cdee0c8f25efb42579199. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 68fd04f534c2c0f5d052eb88af8a46f03ce2c445423cdee0c8f25efb42579199, en de alinea staat in dat document op bytes 16868 tot 17708.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/68fd04f534c2c0f5d052eb88af8a46f03ce2c445423cdee0c8f25efb42579199 | shasum -a 256