Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD4939.

2.8 Onderdeel 2 komt met de combinatie van een rechts- en een motiveringsklacht op tegen het oordeel van het hof in rov. 2.5, dat summierlijk is gebleken van het bestaan van feiten en omstandigheden, waaruit blijkt dat [verzoekster] in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen. Het onderdeel voert daartoe aan, dat (i) dit oordeel door het hof in rov. 2.3 onvoldoende wordt onderbouwd, nu daarin slechts de vraag aan de orde wordt gesteld of er sprake is van pluraliteit van schuldeisers, hetgeen onvoldoende is om aan te nemen dat de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen en (ii) uit de woorden "ook overigens" in rov. 2.5 volgt dat het hof om tot zijn oordeel te komen ook andere, in het arrest niet nader genoemde overwegingen van belang heeft geacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64c631085ccca0d525684f8142e33a7c23aab5b9cc37ef614ddf93ecfafe964d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64c631085ccca0d525684f8142e33a7c23aab5b9cc37ef614ddf93ecfafe964d, en de alinea staat in dat document op bytes 16716 tot 17533.