Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD4939.

2.12 Aan het voorgaande doet m.i. niet af dat de procedure tot faillietverklaring is gericht op een spoedige beslissing, waarin van het bestaan van de bedoelde toestand slechts summierlijk behoeft te zijn gebleken en waarbij aan de rechter grote vrijheid toekomt.(9) Die vrijheid gaat niet zover dat de rechter desgewenst met een vaststelling van de vereiste pluraliteit van schuldeisers zou kunnen volstaan en naar eigen goeddunken zou kunnen afzien van ieder (verder) onderzoek of de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen.(10)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64c631085ccca0d525684f8142e33a7c23aab5b9cc37ef614ddf93ecfafe964d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64c631085ccca0d525684f8142e33a7c23aab5b9cc37ef614ddf93ecfafe964d, en de alinea staat in dat document op bytes 19521 tot 20096.