Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD4939.

"Wanneer echter de beslissing, zoals in casu, zelfs niet een onduidelijke verwijzing naar de motieven van de rechter omvat, dan schijnt het mij te ver te gaan, dat de cassatierechter zou constateren, dat mededelingen van feiten die hij in de stukken aantreft, naar zijn oordeel voldoende motieven voor het niet gemotiveerde oordeel van de rechter a quo zouden zijn geweest. Immers door dat te doen zou de cassatierechter gaan oordelen over de motiverende kracht van mededelingen, waarvan hij dan eerst de geloofwaardigheid zou moeten vaststellen en waaraan hij bij eventuele dubbelzinnigheid een uitlegging zou moeten geven, terwijl de mogelijkheid niet is uitgesloten dat de rechter a quo die mededelingen niet geloofwaardig heeft geacht (...)."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64c631085ccca0d525684f8142e33a7c23aab5b9cc37ef614ddf93ecfafe964d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64c631085ccca0d525684f8142e33a7c23aab5b9cc37ef614ddf93ecfafe964d, en de alinea staat in dat document op bytes 26373 tot 27133.