Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002
Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD4939.
2.20 In een arrest van 19 maart 1999(17) stond een vergelijkbare kwestie centraal als die nu door het onderdeel aan de orde wordt gesteld. Het ging daarin kort gezegd om de vraag of een partij, die het (door haarzelf) in het geding brengen van een geluidsband aan niet uit de wet voortvloeiende voorwaarden had onderworpen en die niet de mogelijkheid had benut deze band uit eigen beweging over te leggen, door het hof in gelegenheid had behoren te worden gesteld zulks alsnog te doen. De Hoge Raad beantwoordde deze vraag ontkennend en overwoog daartoe o.m. het volgende:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64c631085ccca0d525684f8142e33a7c23aab5b9cc37ef614ddf93ecfafe964d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64c631085ccca0d525684f8142e33a7c23aab5b9cc37ef614ddf93ecfafe964d, en de alinea staat in dat document op bytes 27695 tot 28281.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/64c631085ccca0d525684f8142e33a7c23aab5b9cc37ef614ddf93ecfafe964d | shasum -a 256