Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002
Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD4939.
2.21 Mijn ambtgenoot Bakels gaat in zijn conclusie voor een arrest van de Hoge Raad van 21 september 2001 op het in nr. 2.8 genoemde arrest in en merkt hierover op, dat dit mede is gebaseerd op een aantal door Asser in zijn Nijmeegse oratie uit 1992 beschreven uitgangspunten van de civiele procedure. Beiden wijzen er onder meer op, dat de rechter zonder de actieve medewerking van partijen eigenlijk niet tot een behoorlijk oordeel kan komen en dat partijen om de rechter te overtuigen van de juistheid van hun onderscheiden standpunten een zeer actieve en vooral ook deskundige rol in het proces dienen te spelen, zowel op het feitelijke als op het juridische vlak.(18) Voorts geeft Bakels aan dat dergelijke gedachten ook deel uitmaken van de uitgangspunten van de herziening van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.(19)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64c631085ccca0d525684f8142e33a7c23aab5b9cc37ef614ddf93ecfafe964d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64c631085ccca0d525684f8142e33a7c23aab5b9cc37ef614ddf93ecfafe964d, en de alinea staat in dat document op bytes 28661 tot 29506.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/64c631085ccca0d525684f8142e33a7c23aab5b9cc37ef614ddf93ecfafe964d | shasum -a 256