Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002

Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD4939.

2.22 De advocaat van [verzoekster] heeft het hof op de dag voor de mondelinge behandeling per fax een viertal producties gezonden, waarvan drie op de status van de achtergestelde vordering van de aandeelhouders betrekking hebben. Hieruit blijkt dat [verzoekster] zich wel degelijk realiseerde dat het voor het hof voor de beoordeling van de faillissementsaanvrage van belang was te beschikken over alle stukken, die nadere informatie omtrent de aard van de betrokken vordering zouden kunnen verschaffen. Verwonderlijk is dit overigens niet, omdat de status van de betrokken vordering (en meer in het bijzonder de rol die de overeenkomst tot achterstelling bij de bepaling daarvan zou kunnen spelen) al eerder aan de orde was geweest.(20) Desalniettemin heeft [verzoekster] ervan afgezien om de op deze vordering betrekking hebbende schriftelijke overeenkomst tot achterstelling, die zich naar zeggen van haar raadsman in diens dossier bevond, samen met de op 14 augustus 2001 gefaxte stukken mee te zenden of deze desnoods ter zitting van 15 augustus 2001 over te leggen. Gezien hetgeen is opgemerkt in 2.20-2.21 en het spoedeisende karakter van een procedure tot faillietverklaring, heeft het hof door onder deze omstandigheden [verzoekster] niet meer in de gelegenheid te stellen de schriftelijke overeenkomst tot achterstelling over te leggen naar mijn mening niet gehandeld in strijd met de beginselen van een goede procesorde, zodat de klacht faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64c631085ccca0d525684f8142e33a7c23aab5b9cc37ef614ddf93ecfafe964d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64c631085ccca0d525684f8142e33a7c23aab5b9cc37ef614ddf93ecfafe964d, en de alinea staat in dat document op bytes 29526 tot 30993.