Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002

Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD4939.

20 Blijkens het proces-verbaal van de zitting van de rechtbank van 11 juli 2001 vroeg mr. J.A.N. Baas, raadsman van [verweerder], "waaruit blijkt dat het een achtergestelde lening is". Nog explicieter stelde mr. Baas zich tijdens de zitting van de rechtbank van 25 juli 2001 blijkens het van die zitting opgemaakte proces-verbaal op het standpunt dat "(...) uit generlei overeenkomst blijkt dat de lening een achtergestelde lening vormt". Zie ook het appelrekest, p. 4 bovenaan, waar [verweerder] zich op het standpunt stelt dat het achtergestelde karakter "(...) slechts (zou) kunnen worden aangetoond door de oorspronkelijke leenovereenkomst over te leggen waaruit deze achtergesteldheid zou blijken."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64c631085ccca0d525684f8142e33a7c23aab5b9cc37ef614ddf93ecfafe964d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64c631085ccca0d525684f8142e33a7c23aab5b9cc37ef614ddf93ecfafe964d, en de alinea staat in dat document op bytes 37522 tot 38238.