Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002
Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5201.
Aan de klacht ligt dus kennelijk de opvatting ten grondslag dat bewijsmiddelen alleen bruikbaar zijn voor het bewijs als zij rechtstreeks bewijs van betrokkenheid van de verdachte inhouden. Die stelling vindt geen steun in het recht. Het is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt om, binnen de door de wet getrokken grenzen, van het beschikbare materiaal datgene tot het bewijs te bezigen hetwelk hem uit het oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt, welke beslissing in de regel geen motivering behoeft en in cassatie niet met vrucht kan worden bestreden.(1) Geen van de hierop in de wet en jurisprudentie gemaakte uitzonderingen doet zich in het onderhavige geval voor.(2) Een verklaring van een getuige die, zoals in casu, geluiden uit de woning van het slachtoffer heeft gehoord die op een hevige ruzie duidden, kan derhalve zonder meer tot het bewijs worden gebezigd. Ook een 'de auditu'-verklaring van een getuige die van het slachtoffer heeft gehoord wat er zou zijn gebeurd is voor het bewijs te gebruiken. Hetzelfde geldt voor een 'sfeerrapportage', waarin wordt gerelateerd dat de relatie tussen verdachte en het slachtoffer reeds gedurende lange tijd werd beheerst door gewelddadig en bedreigend handelen van verdachte jegens het slachtoffer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0afd66a3e77b761ec4ddcb68d5ccf66e6ebc2c1c5d8f16c78b8d1948971dd10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0afd66a3e77b761ec4ddcb68d5ccf66e6ebc2c1c5d8f16c78b8d1948971dd10, en de alinea staat in dat document op bytes 5981 tot 7278.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e0afd66a3e77b761ec4ddcb68d5ccf66e6ebc2c1c5d8f16c78b8d1948971dd10 | shasum -a 256