Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5201.

3.5.1. Het tweede middel komt voorts op tegen oordeel van het hof dat verzoeker een kennelijk leugenachtige verklaring heeft afgelegd met betrekking tot zijn verblijfplaats op het tijdstip waarop de feiten zijn begaan. Enerzijds wordt daarbij betoogd dat de door het hof vastgestelde feiten en omstandigheden niet de gevolgtrekking wettigen dat verzoeker een leugenachtige verklaring heeft afgelegd. Anderzijds betwist het middel dat een proces-verbaal, waarin de inhoud van een afgeluisterd telefoongesprek is gerelateerd voor het bewijs mag worden gebezigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0afd66a3e77b761ec4ddcb68d5ccf66e6ebc2c1c5d8f16c78b8d1948971dd10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0afd66a3e77b761ec4ddcb68d5ccf66e6ebc2c1c5d8f16c78b8d1948971dd10, en de alinea staat in dat document op bytes 8527 tot 9099.