Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5201.

De steller van het middel betoogt dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor het afluisteren van een telefoongesprek van een aangehouden verdachte. Ik laat de motivering van de verwerping van het verweer voor wat zij is en beperk mij tot een bespreking van de zojuist genoemde stelling. De vraag ligt derhalve voor of zo een inmenging door het openbaar gezag in de privacy is voorzien bij de wet en "necessary in a democratic society" is in het belang van één der doelen die in artikel 8, tweede lid EVRM worden opgesomd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0afd66a3e77b761ec4ddcb68d5ccf66e6ebc2c1c5d8f16c78b8d1948971dd10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0afd66a3e77b761ec4ddcb68d5ccf66e6ebc2c1c5d8f16c78b8d1948971dd10, en de alinea staat in dat document op bytes 15467 tot 16007.