Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5235.
Het hof heeft in zijn hierboven aangehaalde overweging van 13 december 1999 tot uitdrukking gebracht dat in dit geval het belang van de strafvordering - hetwelk omvat een afdoening binnen een redelijke termijn van de zaak welke betrekking had op feiten die ongeveer drie jaar geleden zouden zijn begaan - diende te prevaleren boven het belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak ter terechtzitting aanwezig te zijn. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat ter terechtzitting van 12 april 1999 de advocaat van verdachte al om aanhouding verzocht omdat verdachte in juli 1999 vrij zou kunnen komen - welk verzoek door het Gerechtshof is ingewilligd - en dat op 13 december 1999 de raadsman had verklaard dat verdachte hem had gezegd dat een positief advies was gegeven over een vervroegde vrijlating zodat verdachte binnen drie à vier maanden ter terechtzitting aanwezig zou kunnen zijn, zonder dat deze mededeling nader was onderbouwd. Het hof heeft kunnen menen dat de onzekerheid over de vrijlating van verdachte uit de Belgische detentie aan een nieuwe aanhouding van de behandeling in de weg stond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e2a07856fee2e0a441b0a743fdb5cce62a7d65139ff802ba10f4c84ac8b9b4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e2a07856fee2e0a441b0a743fdb5cce62a7d65139ff802ba10f4c84ac8b9b4e, en de alinea staat in dat document op bytes 16595 tot 17802.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e2a07856fee2e0a441b0a743fdb5cce62a7d65139ff802ba10f4c84ac8b9b4e | shasum -a 256