Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002

Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5235.

7.3. Ik betwist overigens dat het enkele niet direct ingrijpen als er een verdenking van een misdrijf bestaat een zelfstandige ongeoorloofde opsporingsmethode oplevert.(6) Het enkel nog niet ingrijpen kan zijn reden vinden in allerlei omstandigheden. Zo kan de verdenking nog onvoldoende hard zijn om te zijner tijd tot een veroordeling te kunnen komen. Ook kan de hoop bestaan om de leiders van een criminele organisatie op het spoor te komen. Of de politie kan het opportuun achten alle verdachten tegelijkertijd te arresteren. De keuze van het moment van ingrijpen hangt samen met een afweging van verschillende factoren, zoals de risico's voor slachtoffers, de kans dat een opsporingsonderzoek tevergeefs blijkt te zijn gevoerd etc. Niet ingrijpen draagt alleen maar bij tot de opsporing indien door het niet ingrijpen de ruimte ontstaat tot het verrichten van (nog meer) opsporingshandelingen. Die laatste opsporingshandelingen kunnen besmet raken indien redelijkerwijs de keuze om niet in te grijpen maar om opsporingsruimte te scheppen niet verdedigbaar is. Overigens vermag ik ook niet in te zien hoe een niet ingrijpen door de politie een zodanige inbreuk oplevert op de belangen van de verdachte dat aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak te kort wordt gedaan. Zoals gezegd zal de politie onder omstandigheden niet mogen talmen in het belang van personen die met huid en haar zijn overgeleverd bijvoorbeeld aan mensensmokkelaars. Maar de plicht tot ingrijpen strekt niet ter bescherming van de belangen van de verdachte, maar ter bescherming van de belangen van de slachtoffers van de verdachte. Van een schending van een "fair trial" jegens verdachte kan in een dergelijk geval naar mijn bescheiden mening geen sprake zijn. Evenmin vermag ik in te zien dat er hier sprake zou kunnen zijn van een handelen in strijd met de grondslagen van het strafproces zoals het geval was in HR NJ 1999,567.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e2a07856fee2e0a441b0a743fdb5cce62a7d65139ff802ba10f4c84ac8b9b4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e2a07856fee2e0a441b0a743fdb5cce62a7d65139ff802ba10f4c84ac8b9b4e, en de alinea staat in dat document op bytes 25765 tot 27700.