Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5287.

11. Indien de bewezenverklaring zou moeten worden opgevat als uitdrukkende dat de verdachte de deelneming aan de organisatie met anderen (meervoud) heeft medegepleegd,(4) zou deze inderdaad ontoereikend gemotiveerd moeten worden geacht, want uit de gebezigde bewijsmiddelen valt slechts af te leiden dat de verdachte zijn deelnemingshandelingen aan de organisatie heeft verricht in directe samenwerking met één ander, namelijk [betrokkene 1].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d44dbed406d4bfa19b7d043930310b943547e2f523c9200cb0e89eddc23fe1bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d44dbed406d4bfa19b7d043930310b943547e2f523c9200cb0e89eddc23fe1bd, en de alinea staat in dat document op bytes 10305 tot 10763.