Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2002

Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5297.

5. In de overwegingen van de rechtbank ligt besloten dat de verdediging ondanks de omstandigheid dat haar kennelijk niet alle stukken ter beschikking waren gesteld, niet is gehinderd bij de behandeling van het klaagschrift. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk. In de eerste plaats heeft verzoekers raadsman blijkens het proces-verbaal van de raadkamerbehandeling slechts - in navolging van het klaagschrift - een beroep gedaan op het feit dat hij geen kennis heeft kunnen nemen van onderliggende stukken. Voorts blijkt uit het proces-verbaal van de behandeling bij de rechtbank ook niet van een verzoek tot aanhouding van de behandeling van het klaagschrift ten aanzien van de inbeslagname. Het middel is derhalve tevergeefs voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1364efe23285218b888704e20217a0db46bb12a11a342abb2b92ab23b4808acc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1364efe23285218b888704e20217a0db46bb12a11a342abb2b92ab23b4808acc, en de alinea staat in dat document op bytes 6761 tot 7510.