Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2002
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5297.
"De raadsman heeft voorts met een beroep op artikel 98, tweede lid juncto art. 113, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en het arrest van de Hoge Raad van 29 maart 1994 (NJ 94/537) gesteld, dat de vraag of brieven en geschriften object van de bevoegdheid tot verschoning uitmaken in beginsel toekomt aan de betrokken advocaat en dat kennisneming daarvan door derden in afwijking van het oordeel van die advocaat dus leidt tot schending van het beroepsgeheim.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1364efe23285218b888704e20217a0db46bb12a11a342abb2b92ab23b4808acc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1364efe23285218b888704e20217a0db46bb12a11a342abb2b92ab23b4808acc, en de alinea staat in dat document op bytes 9345 tot 9827.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1364efe23285218b888704e20217a0db46bb12a11a342abb2b92ab23b4808acc | shasum -a 256