Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2002
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5297.
10. Het middel faalt voorzover wordt betoogd dat het oordeel van de rechtbank dat huiszoeking ter inbeslagneming bij een advocaat zonder diens toestemming kan plaatsvinden wanneer zij is gericht op brieven en geschriften die voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend, onjuist is. Het oordeel dat dergelijke brieven en geschriften geen object zijn van de aan de advocaat toekomende bevoegdheid tot verschoning, is rechtens juist (zie HR 30 november 1999, JOL 1999, 270 en HR 29 maart 1994, NJ 1994, 537, vgl. HR 14 oktober 1986, NJ 1987, 490)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1364efe23285218b888704e20217a0db46bb12a11a342abb2b92ab23b4808acc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1364efe23285218b888704e20217a0db46bb12a11a342abb2b92ab23b4808acc, en de alinea staat in dat document op bytes 10485 tot 11079.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1364efe23285218b888704e20217a0db46bb12a11a342abb2b92ab23b4808acc | shasum -a 256