Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5354.

Ik meen ook dat bijv. de rov. 42 t/m 45 van HJEG 22 juni 1994 bepaald de indruk wekken dat het begrip "toestemming" in dit verband niet ver mag worden "opgerekt" voorbij de betekenis die men er ook in het dagelijks spraakgebruik aan zou geven. Andere aanwijzingen voor een niet-extensieve uitleg zijn te putten uit HJEG 17 mei 1988, Jur. 1988, p. 2605 e.v., i.h.b. de rov. 17 en 18. (In dit arrest werd beslist dat het feit dat de rechthebbende zelf videobanden van films binnen de EER heeft verkocht, niet legitimeert dat de verkrijgers die videobanden nu op commerciële schaal te huur aanbieden - zie ook HJEG 28 april 1998, Jur. 1998 I, p. 1953 e.v., rov. 16 - 19).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbc69b365359f0135434a7c7133a361e4e1499dfeec8054585e50df52757ec9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbc69b365359f0135434a7c7133a361e4e1499dfeec8054585e50df52757ec9c, en de alinea staat in dat document op bytes 23375 tot 24057.