Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002

Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5354.

Waar Etos zich beroept op de art. 28 en 30 EG Verdrag gaat het, als ik het goed zie, om dezelfde argumenten die in het verband van middelonderdeel 2 zijn besproken, met alleen dit verschil dat die nu in het verband van andere artikelen uit de Europese regelgeving worden verdedigd. Dit maakt voor de (on)gegrondheid van de betreffende argumenten geen noemenswaardig verschil: als het optreden van Dior spoort met art. 7 lid 1 van de Richtlijn zoals dat in de rechtspraak van het HJEG is uitgelegd, spoort het ook met de art. 28 en 30 EG Verdrag. In de rechtspraak van het HJEG is immers steeds zorgvuldig onder ogen gezien dat "lagere" communautaire regelgeving niet strijdig mag zijn met de bepalingen van het EG Verdrag zelf, en is bij de uitleg van art. 7 lid 1 van de Richtlijn dus ook rekening gehouden met de art. 28 en 30 EG Verdrag. Bovendien is de Richtlijn tot stand gebracht als maatregel ter verbetering van de werking van de interne markt. In de rechtspraak van het HJEG betreffende de uitleg van de Richtlijn heeft die doelstelling steeds als belangrijk oriëntatiepunt gediend(24).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbc69b365359f0135434a7c7133a361e4e1499dfeec8054585e50df52757ec9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbc69b365359f0135434a7c7133a361e4e1499dfeec8054585e50df52757ec9c, en de alinea staat in dat document op bytes 29715 tot 30825.