Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002
Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5354.
28) Middelonderdeel 3.5 voert nog aan dat de arresten HJEG 22 juni 1994, NJ 1995, 480 m.nt. DWFV (zie al. 18 hiervóór) en HJEG 20 maart 1997, NJ 1998, 379 een ander licht op de zaak zouden werpen. Dat is echter niet zo. Deze arresten betreffen de vraag, wanneer producten die voor het eerst binnen de EER in het verkeer zijn gebracht, geacht mogen worden daar met toestemming van de houder van daarop betrekking hebbende rechten van intellectuele eigendom in het verkeer te zijn gebracht. Uit die arresten blijkt (inderdaad) dat dat ook het geval kan zijn als het in het verkeer brengen werd bewerkstelligd door met de rechthebbende verbonden ondernemingen, waartoe o.a. licentienemers en distributeurs zijn te rekenen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbc69b365359f0135434a7c7133a361e4e1499dfeec8054585e50df52757ec9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbc69b365359f0135434a7c7133a361e4e1499dfeec8054585e50df52757ec9c, en de alinea staat in dat document op bytes 35021 tot 35755.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dbc69b365359f0135434a7c7133a361e4e1499dfeec8054585e50df52757ec9c | shasum -a 256