Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5354.

In de onderhavige zaak gaat het daarentegen om de vraag, wanneer ten aanzien van producten die voor het eerst buiten de EER in het verkeer zijn gebracht, mag worden aangenomen dat de rechthebbende toestemming heeft gegeven om die ook binnen de EER in het verkeer te brengen. Daarvoor is het, blijkens de hiervóór besproken rechtsbronnen, niet voldoende dat het in het verkeer brengen buiten de EER is gedaan door de rechthebbende zelf of door met hem verbonden ondernemingen, maar moet (tevens) blijken van toestemming van die rechthebbende (of eventueel van met hem verbonden ondernemingen) om die producten vervolgens ook weer binnen de EER in het verkeer te brengen(25). En die toestemming mag niet worden verondersteld of aangenomen, alleen op grond van de door Etos opgesomde omstandigheden, die er alle op neerkomen dat de rechthebbende bepaalde stappen achterwege heeft gelaten die de invoer naar de EER (kunnen) beletten of bemoeilijken. De kern van Etos' betoog laat zich samenvatten in de slagzin "wie niet verbiedt, staat toe". Dat betoog vindt (ook) in de hier aangehaalde arresten geen steun, als het om voor het eerst buiten de EER in omloop gebrachte producten gaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbc69b365359f0135434a7c7133a361e4e1499dfeec8054585e50df52757ec9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbc69b365359f0135434a7c7133a361e4e1499dfeec8054585e50df52757ec9c, en de alinea staat in dat document op bytes 35763 tot 36959.