Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5354.

30) Art. 234 van het EG Verdrag verplicht de hoogste rechterlijke instanties van de lidstaten om in zaken waarin nog onopgehelderde vragen van Europees recht aan de orde zijn, die vragen ter prejudiciële beoordeling aan het HJEG voor te leggen. De ratio van die bepaling is duidelijk: hij waarborgt de eenvormige ontwikkeling en toepassing van het Europese recht en voorkomt een "autonome" ontwikkeling van jurisprudentie in de verschillende lidstaten(27). Er zijn dan ook wezenlijke belangen mee gediend, dat aan deze bepaling de hand wordt gehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbc69b365359f0135434a7c7133a361e4e1499dfeec8054585e50df52757ec9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbc69b365359f0135434a7c7133a361e4e1499dfeec8054585e50df52757ec9c, en de alinea staat in dat document op bytes 37650 tot 38215.