Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5355.

2.5 De aangevochten beslissing moet naar mijn mening zo worden verstaan, dat hetgeen [eiser] heeft gesteld over de stoornis in de verhouding tussen hem en zijn advocaat in eerste aanleg, naar het oordeel van het hof niet impliceert dat de gerechtelijke erkentenis door een dwaling of niet in vrijheid, een en ander in de zin van art. 181 lid 2 Rv, is afgelegd. Onbegrijpelijk is deze beslissing niet. Wel roept zij de vraag op of het hof van een juiste rechtsopvatting omtrent de strekking van art. 181 lid 2 Rv is uitgegaan. Die vraag wordt in middelonderdeel 2b aan de orde gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a47813c268d19fc6a71390f0307677d2925165b65ec6baaa4997f5bc4fa0fd9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a47813c268d19fc6a71390f0307677d2925165b65ec6baaa4997f5bc4fa0fd9c, en de alinea staat in dat document op bytes 21202 tot 21799.