Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5355.
2.7 De gerechtelijke erkentenis is geen bewijsmiddel dat tegen andere bewijsmiddelen moet worden afgewogen, maar een partijverklaring die bewijs van de stellingen waarop zij betrekking heeft overbodig maakt.(14) De rechter moet de waarheid van deze stellingen als vaststaand beschouwen, zonder dat daarvan nader bewijs kan worden verlangd. Dat sluit uit dat de rechter de waarheid van de betrokken stellingen nader onderzoekt, zelfs als is gebleken van feiten en omstandigheden die twijfel over die waarheid zouden kunnen oproepen.(15) Het oordeel van het hof dat naast de gerechtelijk erkentenis niet terzake doet dat de desbetreffende koopovereenkomst [eiser] niet als verkoper vermeldt, is om die reden niet met enige rechtsregel in strijd en is evenmin onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a47813c268d19fc6a71390f0307677d2925165b65ec6baaa4997f5bc4fa0fd9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a47813c268d19fc6a71390f0307677d2925165b65ec6baaa4997f5bc4fa0fd9c, en de alinea staat in dat document op bytes 22799 tot 23584.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a47813c268d19fc6a71390f0307677d2925165b65ec6baaa4997f5bc4fa0fd9c | shasum -a 256