Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5355.
2.14 [Eiser] heeft het ontbreken van feitelijke bemoeienis bij de totstandkoming van de koopovereenkomst althans mede aangevoerd ter adstructie van zijn stelling dat hij bij die koopovereenkomst geen partij is.(21) In zoverre behoefde het hof, na op grond van de gerechtelijke erkentenis te hebben beslist dat [eiser] wel degelijk, tezamen met B+R Holding, als verkoper geldt, niet nader over het ontbreken van feitelijke bemoeienis met de totstandkoming van de koopovereenkomst te beslissen. Het ontbreken van feitelijke bemoeienis met de totstandkoming van een overeenkomst sluit overigens niet uit dat men als partij bij die overeenkomst is betrokken. Zodanige betrokkenheid zal zich, ondanks het ontbreken van feitelijke bemoeienis, immers voordoen als de overeenkomst door een gevolmachtigde is gesloten (art. 3:66 lid 1 BW).(22)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a47813c268d19fc6a71390f0307677d2925165b65ec6baaa4997f5bc4fa0fd9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a47813c268d19fc6a71390f0307677d2925165b65ec6baaa4997f5bc4fa0fd9c, en de alinea staat in dat document op bytes 27991 tot 28838.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a47813c268d19fc6a71390f0307677d2925165b65ec6baaa4997f5bc4fa0fd9c | shasum -a 256