Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5355.

2.22 Volgens (de laatste volzin van) het onderdeel is het vanzelfsprekend dat aan de aanduiding van B+R Holding en [eiser] als "verkoper" in de akte van levering niet de conclusie valt te verbinden dat [eiser] klaarblijkelijk ook volgens de leveringsakte als verkoper van het pand aan [verweerder] c.s. is opgetreden. De aanduiding is, zo lijkt de gedachtegang, willekeurig gekozen en strekt er geenszins toe de tussen partijen bestaande rechtsbetrekkingen te kwalificeren. Naar mijn mening kan deze gedachtegang niet worden aanvaard. Het is bepaald niet onverschillig met welke termen de akte van levering de bij die levering betrokken partijen aanduidt, zeker niet als die aanduiding (zoals in het gegeven geval) aan de titel van overdracht refereert. Waar art. 3:89 lid 2 BW verlangt dat de tot levering bestemde akte nauwkeurig de titel van overdracht vermeldt, lijkt het mij juist vanzelfsprekend dat de aanduiding van partijen daarop correct aansluit. Overigens is de partijaanduiding niet de enige aanwijzing dat volgens de akte van levering B+R Holding en [eiser] tezamen als verkoper gelden. Ook de omschrijving van de titel van overdracht kan naar mijn mening niet anders worden opgevat dan dat [eiser] als partij bij de koopovereenkomst was betrokken.(30) Het onderdeel moet dus falen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a47813c268d19fc6a71390f0307677d2925165b65ec6baaa4997f5bc4fa0fd9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a47813c268d19fc6a71390f0307677d2925165b65ec6baaa4997f5bc4fa0fd9c, en de alinea staat in dat document op bytes 34867 tot 36176.