Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5360.

1.4 Bij dagvaarding hebben [verweerder] c.s. zich voorts subsidiair op het standpunt gesteld dat, als wél sprake zou zijn van pacht, de bepalingen van inbreng en legitieme van toepassing zijn en dat bij de verlening van de pacht door de erflaatster aan [betrokkene 4], [betrokkene 2] en [eiser] sprake is geweest van een materiële schenking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cde86aefed462e71e271d2aaea4c3e3b15bfd5865aec5d88559ed37907f564ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cde86aefed462e71e271d2aaea4c3e3b15bfd5865aec5d88559ed37907f564ab, en de alinea staat in dat document op bytes 7723 tot 8080.