Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5360.

[Eiser] heeft verweer gevoerd. Hij heeft zich op het standpunt gesteld, kort gezegd, dat wel degelijk een reële pachtovereenkomst is gesloten ten aanzien van het huis en de daarbij behorende grond in de Prosperpolder. [Betrokkene 4] en [betrokkene 2] hebben kort voor het overlijden van erflaatster afstand gedaan van hun pachtrecht, zodat [eiser] als enige pachter overbleef. Die pachtovereenkomst kan niet worden aangemerkt als een materiële schenking omdat zij vijf jaar voor de dood van erflaatster is gesloten en de pachters daarvoor de canon hebben voldaan en de daaraan verbonden lasten voor hun rekening hebben genomen. [Eiser] beriep zich voorts op de dwingende bewijskracht van de in kopie in het geding gebrachte pachtakte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cde86aefed462e71e271d2aaea4c3e3b15bfd5865aec5d88559ed37907f564ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cde86aefed462e71e271d2aaea4c3e3b15bfd5865aec5d88559ed37907f564ab, en de alinea staat in dat document op bytes 8088 tot 8837.