Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5360.
Daaraan legde het hof kort gezegd de volgende overwegingen ten grondslag. De bezwaren die [eiser] na het tweede tussenarrest heeft aangevoerd tegen 's hofs beslissing dat de pachtovereenkomst waarop hij zich beroept, slechts een schijnhandeling is geweest, werden gemotiveerd verworpen (rov. 1-4 en 6-9). Het hof verenigde zich met het deskundigen-rapport en de daarin aangegeven waardebepaling, met dien verstande dat de door [eiser] zelf aangebrachte verbeteringen in dit verband niet mogen meewegen. Het hof ging dus ervan uit dat het huis en de grond die [eiser] in 1979 uit de nalatenschap heeft gekocht, een waarde had die f 463 350, - hoger was dan [eiser] daarvoor daadwerkelijk heeft betaald (rov. 5 en 10). [Eiser] is dit waardeverschil aan de boedel verschuldigd mede omdat hij ten onrechte heeft meegewerkt aan de veiling in 1979 van (huis en) grond als waren deze verpacht (rov. 9).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cde86aefed462e71e271d2aaea4c3e3b15bfd5865aec5d88559ed37907f564ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cde86aefed462e71e271d2aaea4c3e3b15bfd5865aec5d88559ed37907f564ab, en de alinea staat in dat document op bytes 13731 tot 14639.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cde86aefed462e71e271d2aaea4c3e3b15bfd5865aec5d88559ed37907f564ab | shasum -a 256