Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5360.

2.1 Middel I is gericht tegen 's hofs oordeel in zijn tussenarrest van 17 juli 1997, dat het bij akte vastgelegde pachtrecht van [eiser] een schijnhandeling is geweest. Het middel valt in zes (niet als zodanig genummerde) onderdelen uiteen. Onderdeel 1 is gericht tegen de uitwerking die het hof heeft gegeven aan zijn oordeel dat geen stukken in het geding zijn gebracht waaruit kan worden afgeleid dat [betrokkene 4], [betrokkene 2] en [eiser] in de jaren 1959-1964 samen het boerenbedrijf uitoefenen, daaruit inkomsten hadden of daarover lasten betaalden. Met die laatste overweging verwierp het hof onder meer de stelling van [eiser] dat zijn broer, zuster en hij wel degelijk bedrijfslasten uit eigen zak hebben voldaan. Ter toelichting van deze stelling heeft hij enige rekeningen overgelegd die ten name stonden van "de gebroeders [...]". Het hof heeft daaromtrent overwogen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cde86aefed462e71e271d2aaea4c3e3b15bfd5865aec5d88559ed37907f564ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cde86aefed462e71e271d2aaea4c3e3b15bfd5865aec5d88559ed37907f564ab, en de alinea staat in dat document op bytes 15339 tot 16234.