Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5360.

2.2 Het hof heeft met zijn bestreden overweging bedoeld dat de enkele omstandigheid dat de rekeningen ten name van de gebroeders [...] zijn gesteld, nog niet betekent dat zij betrekking hadden op het volgens [eiser] door zijn broer, zijn zuster en hemzelf gepachte huis en grond. De door het onderdeel gewraakte toevoeging betekent klaarblijkelijk dat de schuldeisers de bedoeling kunnen hebben gehad dat loonbedrijf dat [eiser] toen uitoefende (of preciezer gezegd: [eiser] in zijn hoedanigheid van loonwerker) te debiteren. Aan de tenaamstelling van de rekening kan dus geen argument worden ontleend voor de stelling dat de beweerde pachtovereenkomst daadwerkelijk bestond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cde86aefed462e71e271d2aaea4c3e3b15bfd5865aec5d88559ed37907f564ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cde86aefed462e71e271d2aaea4c3e3b15bfd5865aec5d88559ed37907f564ab, en de alinea staat in dat document op bytes 16761 tot 17449.