Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5360.

Omdat van tegenbewijs sprake is, mist ook de klacht over art. 213 lid 1 Rv doel. De daarin gegeven regel geldt immers uitsluitend wanneer het gaat om een verklaring omtrent door een partijgetuige te bewijzen feiten. Bij tegenbewijs is daarvan geen sprake, zodat de rechter in dat geval overeenkomstig de hoofdregel van art. 179 lid 2 Rv vrij is in de waardering van de door een partijgetuige afgelegde verklaring.(5) Ten overvloede kan daaraan worden toegevoegd dat de echtgenote van een partijgetuige niet ook zelf als partijgetuige moet worden aangemerkt.(6)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cde86aefed462e71e271d2aaea4c3e3b15bfd5865aec5d88559ed37907f564ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cde86aefed462e71e271d2aaea4c3e3b15bfd5865aec5d88559ed37907f564ab, en de alinea staat in dat document op bytes 21369 tot 21943.