Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5368.

6. De eerste vraag die beantwoording behoeft is of artikel 36e, derde lid, Sr zo moet worden uitgelegd dat voor de toepasselijkheid daarvan als voorwaarde geldt dat wederrechtelijk voordeel is verkregen uit het feit waarvoor is veroordeeld (het `grondfeit')(1).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bba7f23fd1055834a9d6c3b993c8a8e59e6467e898d803d8f73cc9e106ccd14c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bba7f23fd1055834a9d6c3b993c8a8e59e6467e898d803d8f73cc9e106ccd14c, en de alinea staat in dat document op bytes 7976 tot 8250.