Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5368.
10. Uit de hierboven vermelde wetsgeschiedenis valt naar mijn mening geen eenduidige bedoeling van de wetgever omtrent de betekenis van het woord "ook" af te leiden.(7) De onder punt 7 aangehaalde passages uit de memorie van toelichting wijzen er enerzijds op dat geen voorwaarde is dat het grondfeit wederrechtelijk voordeel voor de veroordeelde ten gevolge heeft gehad, nu uitdrukkelijk is ingegaan op de voorwaarden voor toepasselijkheid van de bepaling en de bedoelde voorwaarde daarin niet is genoemd. Anderzijds spreekt de memorie van toelichting van "het strafrechtelijk financieel onderzoek, waaruit het ook anderszins dan door het bewezen misdrijf wederrechtelijk verkregen voordeel aannemelijk wordt". Ook de uitlatingen van de minister tijdens de behandeling in het parlement wekken geen eenduidige indruk: in zijn antwoorden op vragen uit Tweede Kamer lijkt hij de mening te zijn toegedaan dat voor toepassing van art. 36e, derde lid, de bedoelde voorwaarde niet geldt, terwijl zijn reactie op vragen uit de Eerste Kamer een tegenovergestelde opvatting suggereert.(8)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bba7f23fd1055834a9d6c3b993c8a8e59e6467e898d803d8f73cc9e106ccd14c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bba7f23fd1055834a9d6c3b993c8a8e59e6467e898d803d8f73cc9e106ccd14c, en de alinea staat in dat document op bytes 14404 tot 15498.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bba7f23fd1055834a9d6c3b993c8a8e59e6467e898d803d8f73cc9e106ccd14c | shasum -a 256