Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5368.

14. Op grond van het bovenstaande ben ik van mening dat in artikel 36e, derde lid, Sr niet de voorwaarde moet worden gelezen dat de veroordeelde uit het grondfeit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Het woordje 'ook' heeft naar mijn mening slechts een stilistische betekenis. Het middel gaat uit van een andersluidende opvatting, zodat het faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bba7f23fd1055834a9d6c3b993c8a8e59e6467e898d803d8f73cc9e106ccd14c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bba7f23fd1055834a9d6c3b993c8a8e59e6467e898d803d8f73cc9e106ccd14c, en de alinea staat in dat document op bytes 19523 tot 19888.