Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5368.
19. Het hof kon voorts zonder in zijn motiveringsplicht tekort te schieten voorbijgaan aan de in de hoofdzaak tot het bewijs gebezigde verklaring van verzoeker dat de tas niet van hem maar van een landgenoot was. Door het verkort arrest van het hof in de hoofdzaak en de aanvulling daarop tot het bewijs te bezigen heeft het hof kennelijk niet meer of anders bedoeld in zijn bewijsconstructie te incorporeren dat verzoeker voor het grondfeit veroordeeld is. Mede in aanmerking genomen dat in de ontnemingszaak blijkens de ter terechtzitting in hoger beroep door de raadsman van verzoeker overgelegde pleitnota niet het verweer is gevoerd dat het geld de verzoeker niet toebehoorde, was het hof niet tot een nadere motivering gehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bba7f23fd1055834a9d6c3b993c8a8e59e6467e898d803d8f73cc9e106ccd14c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bba7f23fd1055834a9d6c3b993c8a8e59e6467e898d803d8f73cc9e106ccd14c, en de alinea staat in dat document op bytes 21498 tot 22245.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bba7f23fd1055834a9d6c3b993c8a8e59e6467e898d803d8f73cc9e106ccd14c | shasum -a 256