Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2002

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5595.

7. De steller van het middel meent dat het verzoek tot oproeping van deze getuige ten onrechte is afgewezen op de in art. 288, eerste lid onder a, Sv bedoelde grond, omdat de getuige in eerste aanleg op twee verschillende zittingen is verschenen, aldaar telkens heeft opgegeven te [plaats B] te wonen, op de eerste van die zittingen heeft verklaard de dagvaarding via zijn advocaat te hebben ontvangen, en voorts uit het ter terechtzitting in eerste aanleg verhandelde valt op te maken dat de getuige contact onderhoudt met een criminele inlichtingendienst van de politie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec07fed86fd746b6b4fe43dfb45877d6d4ab2c1561aef477d1720ddbfcd9d0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec07fed86fd746b6b4fe43dfb45877d6d4ab2c1561aef477d1720ddbfcd9d0a, en de alinea staat in dat document op bytes 6448 tot 7034.