Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2002
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5595.
De advocaat-generaal heeft daarin vermeld dat het verzoek tot oproeping van de getuige tegen de zitting van 6 december 2000 op 1 december 2000 ten parkette is binnengekomen, het meest late tijdstip waarop de getuige kon worden opgegeven, terwijl de verlangde getuige illegaal is en van hem geen woon- of verblijfplaats bekend is. De advocaat-generaal weigerde blijkens deze brief de getuige op te roepen, aangezien de getuige een zwervend bestaan leidt en de advocaat-generaal het om die reden onaannemelijk achtte dat de getuige binnen aanvaardbare termijn ter terechtzitting zou verschijnen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec07fed86fd746b6b4fe43dfb45877d6d4ab2c1561aef477d1720ddbfcd9d0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec07fed86fd746b6b4fe43dfb45877d6d4ab2c1561aef477d1720ddbfcd9d0a, en de alinea staat in dat document op bytes 9364 tot 9970.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ec07fed86fd746b6b4fe43dfb45877d6d4ab2c1561aef477d1720ddbfcd9d0a | shasum -a 256