Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5809.

2.33. De eerste klacht mist m.i. feitelijke grondslag. In de redenering van het hof is er sprake van één materiële gedragsnorm voor de verkoper in twee varianten, al naar gelang de verkoper wel of niet wist of behoorde te weten dat na de aandelenoverdracht de bezittingen van de vennootschap zouden worden verduisterd. Als - de redenering van het hof volgend - de wetgever een aansprakelijkheid van de verkoper voor feiten begaan vóór 1 juni 1990 heeft willen uitsluiten in de gevallen waarin de verkoper wist of behoorde te weten dat na de aandelenoverdracht de bezittingen van de vennootschap zouden worden verduisterd (de sterkste variant), dan geldt deze uitsluiting van de aansprakelijkheid van de verkoper zeker ook voor de lichtere variant: die, waarin de verkoper niets wist, noch behoorde te weten, van het laakbare voornemen van de koper van de aandelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880, en de alinea staat in dat document op bytes 68074 tot 68956.