Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Alinea 112 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5809.
Het hof heeft de aangevoerde "bijzondere omstandigheden" in rov. 3.16 ontoereikend bevonden. De summiere motivering is niet onbegrijpelijk. De omstandigheden genoemd onder a t/m d en f zijn geen bijzondere omstandigheden, maar typerend voor de categorie van gevallen waarop het hof het oog had: de transacties in aandelen in geldzak-BV's met vervangingsreserve. Het gestelde onder e houdt niet méér dan een eigen waardering van de Staat en de Ontvanger in. Het gestelde onder g rechtvaardigt niet het aannemen van een materiële gedragsnorm, zoals de Staat en de Ontvanger die in appel primair hebben gesteld. Het gestelde onder g past veeleer bij de invulling van de subsidiair voorgestelde norm: of FGH c.s. behoorden te weten dat de koper voornemens was na de overdracht de vennootschappen leeg te halen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880, en de alinea staat in dat document op bytes 70718 tot 71540.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880 | shasum -a 256