Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Alinea 114 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5809.
2.36. Bij gegrondbevinding van onderdeel 2 behoeven de nog niet genoemde subonderdelen geen behandeling meer. De subonderdelen 2.5 - 2.9 zijn alle subsidiair aan de klacht van subonderdeel 2.4 voorgesteld. De motiveringsklacht van subonderdeel 2.5 heeft slechts een inleidend karakter. De rechtsklacht van subonderdeel 2.7 schrijft aan het hof een bedoeling toe, die ik in het arrest niet heb kunnen terugvinden; deze klacht mist feitelijke grondslag. De slotsom van al het voorgaande is, dat het bestreden arrest n.m.m. niet in stand kan blijven. Na verwijzing zal in mijn visie de toewijsbaarheid van de vordering opnieuw moeten worden onderzocht aan de hand van de subsidiaire grondslag ("wist of behoorde te weten" enz.) en kan, indien Uw Raad mijn opvatting deelt, de in appel primair gestelde grondslag verder onbesproken blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880, en de alinea staat in dat document op bytes 72643 tot 73493.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880 | shasum -a 256