Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5809.
De rechtbank stelde vast dat FGH c.s. "zich toentertijd hebben gerealiseerd dat het om fiscaal-gevoelige transacties ging, waarbij ook van hun zijde de nodige zorgvuldigheid diende te worden betracht". De van de koper bedongen garantie (zie rubriek 1.1.4 hiervoor) had volgens de rechtbank "uiteraard geen enkele zin als de verkoper weet, althans behoort te weten dat de wederpartij louter een brievenbusmaatschappij is, waarop geen verhaal kan worden genomen". Daarna heeft de rechtbank onderzocht "of gedaagden aan voormelde zorgvuldigheidsnorm hebben voldaan" (rov. 4.19 Rb). Na een uitvoerige bespreking van de wederzijdse stellingen heeft de rechtbank aan de Staat en de Ontvanger opgedragen feiten en omstandigheden te bewijzen die het oordeel rechtvaardigen dat gedaagden er in redelijkheid niet van mochten uitgaan dat De Beuk, EFG 7 en de HC-vennootschappen - indirect - door Banque Indosuez zijn aangekocht voor aanwending tot verwerving van onroerend goed-projecten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880, en de alinea staat in dat document op bytes 16620 tot 17610.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880 | shasum -a 256