Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5809.
2.4. Via de grondslag die in appel primair werd gesteld, beogen de Staat en de Ontvanger te bereiken dat zij van dit bewijsprobleem worden verlost. Zij hebben zich beroepen op een zorgvuldigheidsnorm welke inhoudt dat de verkopers (FGH c.s.(12)) rekening hadden behoren te houden met de mogelijkheid dat de koper van de aandelen de liquide middelen in de desbetreffende vennootschappen zou verduisteren en dat zij, reeds op die grond, voorzorgsmaatregelen hadden behoren te nemen. Zulke maatregelen kunnen zijn het bedingen van een bankgarantie of het storten van een deel van de liquide middelen op een ten behoeve van de fiscus geblokkeerde rekening. In dit primaire standpunt is dus niet vereist dat de verkopers ten tijde van de aandelentransactie wisten of behoorden te weten dat de koper van de aandelen de vennootschap zou "leeghalen" (zonder te zorgen voor de aanschaf van vervangende bedrijfsmiddelen door de vennootschap dan wel voor de betaling van de belastingschulden).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880, en de alinea staat in dat document op bytes 25028 tot 26023.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880 | shasum -a 256