Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5809.

2.7. Een half jaar later heeft hetzelfde kamerlid de staatssecretaris gevraagd naar de resultaten van het onderzoek en de voorgenomen maatregelen. Blijkens een persbericht van 10 oktober 1984(16) heeft de staatssecretaris geantwoord dat het onderzoek naar de mogelijkheden van wetswijziging nog niet was afgerond. Volgens de staatssecretaris was hem gebleken dat in de voorgaande jaren met de bedoelde transacties een belang van f 125 à 150 miljoen vennootschapsbelasting was gemoeid. Dit bedrag werd gebaseerd op onderzoek naar transacties met 58 BV's. Een strafrechtelijk onderzoek naar de handelwijze van dergelijke rechtspersonen lag volgens de staatssecretaris in de rede wanneer feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden van een strafbaar feit opleveren. Op de vraag of het voor de belastingdienst mogelijk was zulke frauduleuze transacties te bestrijden met behulp van de bestaande fiscale rechtsmiddelen indien de vervreemder van de aandelen weet of in redelijkheid had kunnen vermoeden dat gezien de latente belastingclaim de ontvangen koopprijs te hoog is, werd door de staatssecretaris ontkennend geantwoord, wederom met het argument dat die middelen op de heffing zien en niet op de invordering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880, en de alinea staat in dat document op bytes 30343 tot 31570.