Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5809.
2.15. In de fiscale vakliteratuur is in twijfel getrokken of de ontvanger, wanneer hij langs de weg van een vordering op grond van onrechtmatige daad van de verkoper van de aandelen schadevergoeding wil vorderen voor de door de desbetreffende vennootschap verschuldigde en door de ontvanger gederfde vennootschapsbelasting, een dergelijke vordering mag instellen buiten de procedure van art. 49 Iw 1990 om. In dit verband is gesteld dat art. 49 Iw 1990 bepaalde waarborgen verschaft aan de aansprakelijk gestelde persoon en dat deze waarborgen niet mogen worden omzeild door de vordering niet op art. 40 (of een andere bepaling in de Iw 1990 over derdenaansprakelijkheid) te baseren, maar op onrechtmatige daad. Daarbij wordt gewezen op de omstandigheid dat zowel de wetgever als de Leidraad Invordering 1990 ervan uitgaan dat de procedure van art. 49 Iw 1990 moet worden gevolgd, ook indien de gestelde aansprakelijkheid berust op een regel van algemeen burgerlijk recht(28). In dit cassatieberoep komt dit punt niet aan de orde. Het hof heeft in rov. 3.5 de Staat en de Ontvanger in hun vordering op grond van onrechtmatige daad ontvankelijk geacht en die beslissing wordt in cassatie niet bestreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880, en de alinea staat in dat document op bytes 43456 tot 44671.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880 | shasum -a 256