Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 90 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5809.

2.25. Voor beide standpunten is wat te zeggen. Voor het standpunt van de Staat en de Ontvanger pleit dat, indien de verkoper weet of behoort te weten dat de koper voornemens is na de overdracht de bezittingen van de vennootschap te verduisteren - dat zal eerst nog bewezen moeten worden -, de verkoper zelf kan inzien dat zijn medewerking aan de aandelenoverdracht de koper in staat stelt dit laakbare voornemen uit te voeren. Dat is een logisch gevolg van het "weten of behoren te weten". Dit was vóór 1 juni 1990 niet anders dan na die datum. De stap, die dan nog gezet moet worden, is dat de verkoper aan deze (subjectieve of geobjectiveerde) wetenschap consequenties verbindt voor het bepalen van zijn eigen gedrag. De Staat en de Ontvanger verlangen van de verkoper van aandelen, die weet of behoort te weten dat de koper na de overdracht de vennootschap zal leeghalen ten koste van de fiscus, zélf tot het inzicht komt dat hij in die situatie niet zijn medewerking aan de aandelenverkoop behoort te verlenen. Dat is niet zo gemakkelijk, want een dergelijke gedragsnorm was destijds nergens vastgelegd: vóór 1 juni 1990 ontbrak een wettelijk vastgelegde norm op dit punt en ten gevolge van het gesloten stelsel ontbrak jurisprudentie waaruit in 1982 of 1983 een specifieke gedragsnorm kon worden afgeleid omtrent datgene wat de verkoper te doen stond. Tóch mocht in 1982/83 van een verkoper, die in bovengenoemde situatie verkeerde, worden gevergd dat hij zelf tot het inzicht zou komen dat hij zijn medewerking aan de aandelentransactie behoorde te weigeren (tenzij door een zekerheidsstelling voor de afdracht van belastingschulden van de vennootschap of door de aanschaf van vervangende bedrijfsmiddelen het probleem kon worden opgelost). In kringen waar men er een eer in stelt de fiscus te slim af te zijn, wordt zo'n gedachtensprong natuurlijk minder snel gemaakt dan in (ambtelijke) milieu's waar het besef overheerst dat het om gemeenschapsgeld gaat. De Staat en de Ontvanger hebben gewezen op de in 1982/83 reeds bekende jurisprudentie waaruit volgens hen kon worden afgeleid dat, ook toen al, van een grootaandeelhouder wordt verwacht dat deze zich, tot op zekere hoogte, de belangen van de schuldeisers van de vennootschap aantrekt. Het gaat met name om de jurisprudentie over doorbraak van aansprakelijkheid welke is ingezet met de arresten van de Hoge Raad inzake Erba en Osby(32).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff083676f28b6fa33430462a812abd703eb5ef059a5b1fc855e160edd27a1880, en de alinea staat in dat document op bytes 56817 tot 59235.